De Europese landbouwsubsidies zijn grotendeels gebaseerd op grondgebruik, wat vooral de veehouderij ten goede komt, terwijl de maatschappelijke opgaven van deze tijd vragen om een andere benadering. Dat beargumenteren Valerie Vossen en Hannah van Bilsen van Economisch Bureau Amsterdam in een opiniestuk in Het Financieele Dagblad (FD).
Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), goed voor ongeveer een derde van de totale meerjarige EU-begroting, verdeelt het grootste deel van de subsidies op basis van het aantal hectares landbouwgrond. Daardoor profiteren vooral productiesystemen die veel grond gebruiken, zoals de veehouderij. Dat sluit steeds minder goed aan bij de Europese ambities op het gebied van klimaat, biodiversiteit en een duurzamer voedselsysteem.
Nu de Europese Commissie werkt aan de herziening van het GLB na 2027, is dit hét moment om de verdeelsleutel te moderniseren. Als alternatief stellen Valerie en Hannah een hybride systeem voor, waarbij subsidies ook afhankelijk worden van de maatschappelijke waarde van de productie. Een mogelijke maatstaf is de hoeveelheid geproduceerd eetbaar eiwit per hectare. Producten die met dezelfde hoeveelheid landbouwgrond meer eetbare eiwitten opleveren, ontvangen dan een hogere vergoeding per hectare. Zo sluiten financiële prikkels beter aan bij de duurzaamheidsdoelen van de Europese Unie én stimuleren ze efficiënter grondgebruik.