Er is een sterke samenhang tussen het succes van de nationale voetbalcompetitie en de nationale welvaart van landen. Dat beschrijft Martijn Mak (Economisch Bureau Amsterdam) in een bijdrage aan ESB. Hiervoor is het bruto binnenlands product (bbp) van Europese landen vergeleken met hun UEFA-coëfficiënt, een score op basis van het succes van clubs in Europese competities. Een aannemelijke oorzaak voor het verband is dat er in grotere economieën een grotere of rijkere achterban is, waardoor de clubs meer inkomsten hebben.

Sommige landen presteren echter beter of slechter dan je op basis van hun economie zou verwachten. Zuid-Europese landen en Engeland overtreffen de verwachtingen, terwijl Duitsland en Frankrijk juist achterblijven. Nederlandse clubs voetballen niet veel beter of slechter dan men op basis van de economie kan verwachten.